Hierzie cq evalueer de stichtingsakte

_Voor- en nadelen van een stichting. Een stichting heeft voordelen en ook overduidelijke nadelen. Voordeel is de loskoppeling van de aansprakelijkheid van de bestuurleden. Zou er geen stichting zijn dan waren de afzonderlijke leden hoofdelijk verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van de stichting. Om over het beheer van 3 miljoen EFL in de premine maar te zwijgen. Zeker bij de o zo gewenste stijging van de munt zou het hier over een zeer groot bedrag gaan. Ook in Euro's. Daarnaast zorgt een loskoppeling voor een gemakkelijke overdracht indien een bestuurlid wil of moet stoppen. Een stichting heeft hier beslist voordelen. Maar bij een wat ongelukkig geformuleerde doelstelling moeten de de nadelen zeker ook niet onderschat worden.

Zo is wellicht het grootste nadeel de onduidelijkheid naar de omgeving. Uiteraard is het takenpakket van de stichting op 3 juli 2014 door een notaris vastgelegd in openbare statuten. Hieruit blijkt dat het om een tweetal hoofdtaken gaat die duidelijk zijn en een meer algemene die garant staat voor problemen

Duidelijk zijn het beheren van de premine en het ondersteunen van de software. Dit zijn taken die in elk bedrijf gecentraliseerd zouden worden in een aparte afdeling of iets vergelijkbaars. Deze taken staan ook nergens ter discussie.

De valkuil van de stichting is het doel dat is geformuleerd in het eerste punt a.: De cryptovaluta Electronic Gulden, na deze te noemen "EFL" als volwaardig ruil- betaal en oppotmiddel in Nederland te introduceren en haar integriteit te bewaken.

De stichting krijgt hiermee volledig de ruimte. Bijna elke actie die men wil nemen wordt door deze formulering gelegaliseerd maar qua omvang NIET afgebakend.

Alsof dat nog niet vaag en ruim genoeg is, is daar nog een aanvulling op gekomen met punt b. We lezen: "Het verrichten van alle verdere handelingen die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn."

Dit klinkt simpel en mooi. Maar het geeft eigenlijk twee dingen aan:

  1. De stichting is verantwoordelijk voor de introductie. De stichting zijn de bestuursleden want in tegenstelling tot een vereniging zijn er geen leden. Daarmee worden alle verantwoordelijkheden en opdrachten tot uitvoering impliciet bij de bestuursleden neergelegd. Dat is waarschijnlijk niet de bedoeling of het uitgangspunt geweest. Maar dat legt niet alleen een onmogelijk uit te voeren taak bij het bestuur neer, het heeft nog een tweede neveneffect:
  2. De stichting verricht zelf alle werkzaamheden. Want er is niemand aan wie de verantwoordelijkheid overgedragen kan worden. De stichting heeft geen leden, geen personeel. Hooguit vrijwilligers die, als ze verstandig zijn, geen bestuurstaak zullen aanvaarden maar gewoon vrijwiller zullen blijven. Zelfs delegeren van taken buiten de stichting kan juridisch niet en zou door kwaadwillenden zo bij de rechter aangevochten kunnen worden.
Door deze punten is de stichting vrijwel permanent het middelpunt van kritiek van buitenaf. De buitenwereld wacht terecht af wat de stichting gaat doen en spreekt deze even terecht aan op de gang van zaken. Meestal in termen als "Jullie doen dit niet goed" en "Jullie doen dat niet goed". Buiten de stichting doet nauwelijks iemand iets. En als we de stichtingsakte letterlijk nemen, is dat vrij logisch en nog goed te verdedigen ook. De stichtingsaktie maakt die houding logisch.

Een extra probleem dat hierdoor ontstaat is dat er een soort gevoel ontstaat dat e-Gulden ook nog eens eigendom van de stichting is. Dat is niet zo, dat staat ook nergens, maar een heersend gevoel onder een grote groep is niet of nauwelijks met feiten te weerleggen.

We kunnen dus alleen maar een heel groot respect hebben voor de beide bestuurleden die vanaf 2014 voor de vrijwel onmogelijke taak staan om alles in goede banen te leiden. En daarbij permanent onder druk staan van buitenaf. Maar het zou wel goed zijn om hen eens te ontlasten.

Al met al is het verstandig om de stichtingsacte eens tegen het licht te (laten) houden. De gehele organisatorische opzet zou zelfs wel eens tegen het licht gehouden mogen worden, zeker gezien de behaalde resultaten. Een bedrijf dat van winst moet leven zou allang failliet zijn geweest. En zou in de afgelopen 4,5 jaar zeker jaarlijks de statuten geťvalueerd hebben om de neergang te stoppen.